
Terug in de tijd
Onlangs kreeg ik bij toeval een paar oude schoolschriftjes in handen. Op het etiket stond in prachtig verbonden schrift:
|
Taal
Rijkje van Dijk
10 maart 1908 Hoogland
Onstede
|
Rijkje was 11 jaar oud toen ze in dit schriftje werkte en zat in de bovenbouw van de lagere school. Rijkje had geluk: in 1901 was de leerplichtwet ingevoerd, waarmee alle kinderen tot 12 jaar verplicht naar school moesten. Daarmee kwam er een effectief en volledig verbod op kinderarbeid. Het schriftje van Rijkje biedt een prachtig inkijkje in het taalonderwijs van begin vorige eeuw: dichte volgeschreven pagina’s met taaloefeningen. Het eerste dat mij opviel, was dat kinderen echt veel moesten schrijven. Geen lijntjes trekken, kruisjes zetten of losse woorden opschrijven, maar altijd de hele zin opschrijven. En met kroontjespen, dus je kunt je voorstellen hoeveel inspanning dat moet hebben gekost. Maar ze had (mede daardoor?) een prachtig regelmatig handschrift. Best bijzonder, als je bedenkt dat de meeste kinderen in een boerendorp als Hoogland direct na de lagere school gingen werken en dus niet per se in een geletterde omgeving terecht kwamen. Maar dan hadden ze wel de rest van hun leven profijt van een goed leesbaar handschrift en een uitgebreide woordenschat.
Wat moesten ze zoal leren? Werkwoordspelling natuurlijk: Het gerucht verbreidde zich door de gansche streek. Dictee: Ga weg hier en verschijn niet meer onder mijne oogen, behalve indien u gij nederig wilt onderwerpen. Woordenschat: Bij het krieken van den dag betekent: bij het begin van den dag. En talloze oefeningen in het maken van goede zinnen door de tijd te veranderen en van actieve zinnen passieve zinnen te maken. Maar er staan ook nog pareltjes van opstellen in. Een betoog over ‘Goed voorgaan doet goed volgen’ (zie achterpagina) en een verhaal over onweer waarin bliksemstralen de lucht doorkliefden en kwijnende bloempjes gelaafd de kopjes weder ophieven. Dat was ook een van de dingen die mij opviel: de complexiteit en rijkheid van de taal die werd gebruikt in de oefeningen. Niets door de knieën. Leuk, motiverend? Niet per se, maar waarschijnlijk te prefereren boven zwoegen in fabriek of op het land. En natuurlijk vind ik niet dat we terug moeten naar het taalonderwijs van toen, waar de kinderen braaf in klassen van 40+ leerlingen zaten te zwoegen op saaie zinnen zonder context. Maar ik vond dit inkijkje in het taalonderwijs van vroeger wel een mooie eye-opener. Ik ben heel benieuwd hoe men over 120 jaar terugkijkt op ons onderwijs van nu: betekenisvol, rijk en samenhangend. Dit nummer staat weer boordevol inspiratie, veel leesplezier!
Monica Koster