Taalonderzoek in de praktijk

Marian Bruggink

Frederike Groothoff promoveerde in Utrecht op een proefschrift over tweedetaalverwerving bij pas aangekomen migrantenkinderen in de kleuterleeftijd. Daarvoor vergeleek ze de omstandigheden en effecten op speciale nieuwkomersscholen en op reguliere scholen. Daaruit kwamen wel verschillen, maar die waren niet alleen positief of negatief voor een van beide groepen scholen. De aanbeveling is daarom om het niet in de organisatie te zoeken, maar in de vaardigheid om het onderwijs te personaliseren en zo af te stemmen op de diversiteit in behoefte.
Liesbeth Crajé-Tilanus promoveerde in Nijmegen op een onderzoek naar de effecten van (vergoede) dyslexiebehandelingen. Daarvoor bekeek ze de vooruitgang bij ruim 500 leerlingen uit de leerjaren 4 en 5 die een klinische behandeling kregen. Een breed fonologisch tekort bleek aan hun problemen ten grondslag te liggen. Door in de eerste fase het accent te leggen op klankzuivere woorden, zowel bij leren lezen als bij leren spellen, bleek veel kinderen goede vooruitgang te boeken of zelfs de achterstand in te lopen. Dit riep wel de vraag op of deze aanpak niet gewoon is te integreren in de onderwijsaanpak.

Dit artikel is exclusief voor abonnees

Dit is een premium artikel, om dit hele artikel te lezen dient u ingelogd te zijn.
Heeft u nog geen abonnement bekijk onze abonnementen via onderstaande knop