Artikelen

De vliegereend

Natuurverbonden taalonderwijs voor jonge kinderen

Jannette Prins en Janneke Hagenaar

 

Jannette Prins is senior onderzoeker bij Thomas More Hogeschool en in 2024 gepromoveerd op het onderzoek Nature as coteacher in early childhood language education.

 

Janneke Hagenaar was medeonderzoeker in dit onderzoek vanuit het lectoraat Natuur Ontwikkeling Kind van Hogeschool Leiden.

 

Dat spelen in de natuur goed is voor de lichamelijke ontwikkeling van jonge kinderen, weten we eigenlijk allemaal wel. Maar dat onderwijs in de natuur ook de taalontwikkeling van kinderen kan stimuleren, is minder bekend. Jannette Prins en Janneke Hagenaar beschrijven hoe je de natuur kunt benutten als rijke taalomgeving.

 

Is een eend eigenlijk een vogel, vroegen een paar peuters zich af tijdens hun spel buiten. Een eend kan niet vliegen, dat wisten ze omdat ze al vaak eendjes hadden zien zwemmen in de vijver. Maar vogels kunnen wel vliegen. Oei, wat ze nu zagen was een eend die opvloog. Was dit dan nog wel een eend, of was het misschien een vogel? Al redenerend kwamen ze samen tot een bijzondere conclusie: dit was een vliegereend.

 

In de natuur zijn nieuwe en interessante dingen te ontdekken

Dit voorbeeld is een mooi staaltje van het inzetten van complexe taaldenkfuncties. Eerst categoriseren en ordenen: je hebt eenden die zwemmen en vogels die vliegen. Dan redeneren: als je een dier ziet dat vliegt, is het dus een vogel en geen eend. Daarna problematiseren: wat ik nu zie is echt een eend die vliegt, dus wat is dit dan? Uiteindelijk een conclusie trekken terwijl je gebruik maakt van de mogelijkheid om een samenstelling te maken waarmee je een nieuw woord schept, een woord dat past bij je waarneming: het is een vliegereend. Zo leer je op driejarige leeftijd taal: door in en met de natuur te spelen.

 

In de moestuin zijn iedere dag nieuwe kansen voor spel, onderzoek en taal.

Natuur als rijke taalomgeving

 

Spelen in de natuur ondersteunt de ontwikkeling van jonge kinderen, daarom gaan we met hen naar buiten. We laten ze even een frisse neus halen en lekker uitrazen, want natuur is goed voor de lichamelijke en mentale gezondheid. Inmiddels weten we dat onderwijs buiten niet alleen goed is voor de gezondheid, maar dat buiten ook veel taal valt te leren. We weten dat de taalvaardigheid van kinderen wordt gestimuleerd door een rijke taalomgeving. Vaak denken we bij rijke taalomgevingen aan de taal-schrijfhoek, boeken, woordkaarten en interactief voorlezen. In de literatuur over rijke taalleeromgevingen (o.a. Rowe & Snow, 2020) vinden we de volgende kenmerken van zo’n omgeving:

  1. Interactionele kwaliteit: er is veel interactie tussen de kinderen en de juf of meester. Dit zien we als de omgeving kinderen uitnodigt om zelf initiatief te nemen tot taal en de juf of meester in hun reactie aansluit bij dat initiatief en er vervolgens nieuwe woorden aan toevoegt.
  2. Taalkundige kwaliteit: er is sprake van een goede zinsbouw en uitspraak. Dit horen we in de reactie van de meester of juf als er een goede zinsbouw wordt gebruikt en als het goed te verstaan is.
  3. Conceptuele kwaliteit: er zijn nieuwe en interessante dingen te ontdekken. Dit ervaren we door de mogelijkheden voor uitgebreide dialogen over nieuwe concepten.
De natuuratlas is een instrument dat overzicht geeft en nieuwsgierig maakt

Wat betreft de interactionele kwaliteit is het niet moeilijk om je voor te stellen dat als je samen met jonge kinderen in de natuur speelt, er allerlei gesprekjes ontstaan naar aanleiding van wat ze daar allemaal ontdekken. Vaak zijn dat gesprekken met kleine groepjes kinderen waar je even bij aansluit. Zo’n situatie zorgt ervoor dat je in kunt gaan op de belangstelling en het initiatief van de kinderen. Doordat je praat met de kinderen in kleine groepjes en in de buitenlucht, zijn de gesprekken beter verstaanbaar dan in het klaslokaal waar veel herrie is. Zo pikken de kinderen de zinsbouw en uitspraak (taalkundige kwaliteit) goed op. Ook de conceptuele kwaliteit van de natuur is hoog. Als kinderen aan het ontdekken zijn in de natuur, wordt hun aandacht voortdurend getrokken door wat er groeit en bloeit, door de regen en de wind, maar ook door het vergaan en weer opkomen. De natuur leeft, biedt senso-motorische ervaringen en heeft conceptuele rijkdom. Hoe kunnen we die rijkdom verbinden met ons taalonderwijs?

 

Sensomotorische rijkdom

 

Jonge kinderen leren de wereld kennen met hun hele lichaam. Ze ruiken, horen, proeven, voelen en kijken, maar ook hun evenwicht en lichaamsgevoel worden ingezet om de wereld te ontdekken; ze merken op hoe zwaar iets is of hoe hoog of laag. Veel taalactiviteiten met jonge kinderen richten zich op het vergroten van de woordenschat. Leerkrachten geven aan dat ze het lastig vinden dat deze activiteiten meestal cognitief zijn: het blijft vaak bij het tonen van een woordkaart, het uitleggen van een woord op die kaart en het woord een aantal keren herhalen. Terwijl we weten dat de sensomotorische manier waarop jonge kinderen de wereld verkennen juist bijdraagt aan diepe woordkennis. Als je buiten in de natuur bent, staan al je zintuigen ‘open’. Als een kind buiten een regenworm ontmoet en ze laat hem over haar hand lopen, dan zal ze bij het woord allerlei andere woorden opslaan: hoe de worm voelt (koud en kriebelig) hoe groot hij is, waar hij woont en dat er nog aarde op zijn rug zat toen hij over haar hand liep. Al deze ervaringen van zien, voelen, ruiken en ‘aanvoelen’ (want je moet er niet te hard in knijpen als je hem oppakt) zorgen ervoor dat het woord sneller geleerd wordt en beter opgeslagen. Dat is diepe woordkennis.

 

Conceptuele rijkdom

 

De natuur biedt jonge kinderen interessante concepten, zoals de kringloop van het leven of allerlei natuurwetten. Planten ontkiemen uit een zaadje, het weer kan een plek opeens veranderen door een felle bui of een flinke storm. Concepten zijn vaak dynamisch, ze zijn niet makkelijk met een plaatje uit te beelden. Concepten in de natuur, zoals groei, bloei, verval, verdampen en bevriezen roepen authentieke vragen op die jonge kinderen proberen te beantwoorden door de echte tastbare wereld te verkennen. Als ze er niet uitkomen, stellen ze vragen aan elkaar of aan hun meester of juf. Die kan hen helpen om met hun taaldenkvermogen de vragen al redenerend te beantwoorden. Omdat de natuur op dat moment concreet en tastbaar aanwezig is, hoeven minder talige kinderen niet af te haken, zij kunnen het concept of fenomeen op dat moment zien, voelen en aanwijzen.

 

Verhalen in de natuur

 

Het levende karakter van de natuur maakt spelen in en met de natuur een levende ervaring. Kinderen spelen met de dieren die ze er vinden, maar ook met de fenomenen in de natuur, met de wind of met de regen. Doordat de natuur leeft, gebeurt er van alles en als je goed oplet zijn dat gebeurtenissen met een verhalend karakter. Net als in een verhaal gebeuren in de natuur dingen die met elkaar samenhangen, de gebeurtenissen volgen elkaar op en er is duidelijk sprake van oorzaak en gevolg. Als jij als leerkracht besluit om buiten te blijven terwijl het gaat regenen, levert dat een verhaal op. Je vertelt de kinderen dat jullie buiten blijven in de regen, daardoor gaan ze op zoek naar een schuilplek. Terwijl ze dat doen, vangen ze met hun handen en hun tong regendruppels op. De kinderen zijn personages in dit verhaal, er worden dingen gedaan (schuilplaats zoeken en maken) omdat er iets is gebeurd (het is gaan regenen). De natuur vertelt dus net als een boek verhalen, wat weer de kiem is voor ontluikende geletterdheid.

 

Vrijheid en aandacht

 

De natuur geeft kinderen een gevoel van vrijheid en tegelijk zorgt zij voor rustige aandacht. Buiten zijn de regels minder streng dan binnen. De diversiteit in kleuren, vormen en geuren van de natuur trekken de aandacht van de kinderen waardoor ze minder snel zijn afgeleid. Bovendien zorgt de natuur voor minder conflicten dan op het gewone schoolplein, waar nog wel eens ruzietjes ontstaan over de fietsen vanwege hun schaarste. Tijdens geplande taalactiviteiten binnen is het voor sommige kinderen moeilijk om aandachtig te blijven, omdat ze nog niet goed kunnen stilzitten. Voor verlegen kinderen of kinderen die zich nog niet goed in taal kunnen uitdrukken, kunnen taalactiviteiten ronduit stressvol zijn. Doordat de natuur de aandacht trekt en stress verlaagt is het voor deze kinderen een ideale plek om met taal bezig te zijn.

 

De natuuratlas: taal ontdekken in vijf lagen

 

In ons boek Taal in de natuur (Prins & Hagenaar, 2024) maken wij de betekenis van natuur zichtbaar in een natuuratlas: een kaart van vijf lagen die laat zien hoe de natuur uitnodigt tot spel, betekenis en taal. Elke laag geeft aanleiding tot nieuwe woorden, zinnen en verhalen (zie kader). Een atlas is niet zomaar een verzameling losse kaarten. Het is meer een uitnodiging om te verkennen en om routes te ontdekken die je nog niet kent. Tegelijk is het een instrument dat overzicht geeft en nieuwsgierig maakt. De natuuratlas doet hetzelfde. Hij laat zien dat de natuur niet alleen bestaat uit losse dingen, maar uit verschillende lagen die met elkaar verweven zijn, net als taal. Een boom is geen losse boom: hij staat in aarde, verbonden met de aarde door de wortels en de schimmels, hij werpt schaduw, laat bladeren vallen, vangt regen, biedt onderdak. Zo is het ook in taal: een woord staat nooit alleen, het vormt netwerken van betekenissen, is onderdeel van zinnen en verhalen. De natuuratlas maakt de samenhang in de natuur zichtbaar.

 

Voor kinderen kan elk blaadje, elk heuveltje en elke plas een nieuw hoofdstuk zijn in hun ‘taalboek’. Voor professionals is de atlas een gids om niet alleen te zien hoe kinderen spelen in en met de natuur, maar ook een gids die je helpt opmerkzaam te zijn op wat je hoort; de woorden die kinderen zoeken, vinden en creëren. De kracht van de natuuratlas zit in de gelaagdheid: elke laag in de natuur biedt andere woorden, andere soorten taal. Bij iedere laag passen andere werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, denkvragen en verhalen.

De natuuratlas

 

1. Biodiverse ondergrond

De bodem leeft: mieren krioelen, plassen glinsteren, heuveltjes nodigen uit tot rollen. Hier leren kinderen taal die dicht op de huid zit: springen, sluipen, kruipen, maar ook glibberig, prikkelig, koud. “Deze aarde voelt kruimelig, net als koekjes,” zegt een kleuter terwijl hij zand door zijn vingers laat glijden. Zijn vergelijking maakt de ondergrond tot poëzie.

 

2. Vaste elementen

Bomen en struiken geven de ruimte structuur. Ze nodigen uit tot klimmen, verstoppen en schuilen. In taal roept dit voorzetsels en plaatsbepalingen op: in, onder, tussen, naast. Daarnaast oefenen kinderen bijvoeglijke naamwoorden om diversiteit te beschrijven: hoog, kort, geurend. “Dit is mijn groene huis, kom maar binnen, door de deur.” De boom wordt een huis, de struik een deur. Taal en fantasie geven vaste elementen een nieuwe betekenis. 

 

3. Losse voorwerpen: natuurlijke materialen

Bladeren, kastanjes, veertjes en schelpen zijn voorwerpen vol belofte. Ze vragen erom benoemd, verzameld, geruild en omgetoverd te worden. Kinderen onderhandelen erover in spel: dit is geld, dit is soep, dit is een zwaard. De voorwerpen brengen rekentaal tot leven (tellen, sorteren) en ze worden symbolen in spel: geldstukken, soep, zwaarden. “Deze kastanje is een gouden munt.” “Nee, het is eten voor onze baby’s.” Hier ontstaat taal als middel om te overleggen, te verbeelden, te verbinden.

 

4. Niet-levende materialen: elementen en substanties

Water, zand, modder en stenen nodigen uit tot experimenteren met oorzaak en gevolg. Kinderen doen voorspellingen, redeneren en verwoorden processen: als ik er water bij doe, wordt het dunne modder. “Mijn zandkasteel stort in omdat de zon het droog heeft gemaakt.” zegt een jongen al redenerend, terwijl hij een concrete waarneming doet. Wetenschappelijke taal ontstaat spelenderwijs. 

 

5. Gebeurtenissen: verhalen van samenhang

De natuur verandert door weer en seizoenen. Regen, wind, sneeuw of sporen vormen aanleidingen voor verhalen. Een plotselinge windvlaag blaast een hut omver. De schaduw strekt zich uit en krimpt weer. Dit gaat verder dan losse woorden: het zijn verhalen met een begin, midden en einde. “We moeten schuilen, anders worden we allemaal nat!” wordt er geroepen, “en de mieren ook, die wonen hier.”

 

 

Tot slot

 

Met de natuuratlas kun je samen met kinderen de natuur als rijke taalomgeving leren kennen. Wie de natuuratlas gebruikt, ontdekt dat taal in de natuur geen vak is dat je ‘geeft’, maar een landschap waarin je samen reist. Kinderen tekenen de route met hun spel en woorden; de natuur biedt de lagen, de volwassenen de gevoeligheid om mee te luisteren en door te vragen. Zo wordt de atlas een kaart van taal, spel en verwondering. Een kaart die nooit af is, want elke regenbui, elke herfstbladerval en elke vliegende eend voegt een nieuw stukje toe.

 

De natuur als taalleerkracht

 

Taalonderwijs krijgt vleugels als je het koppelt aan echte ervaringen. Buiten, in de natuur, ontstaat een context die kinderen uitlokt tot verwondering, gesprek en verbeelding. Als leerkracht kun je deze momenten benutten om taalontwikkeling te verdiepen. Zet bijvoorbeeld in op deze activiteiten:

  • Laat kinderen verzamelen. Denk aan: bladeren, stenen of takken. Bespreek samen: wat voel je? Wat hoor je? Wat ruik je? Door samen te benoemen en te beschrijven, stimuleer je de woordenschat en zinsbouw op een betekenisvolle manier.
  • Denkgesprekken zijn een krachtig middel. Stel vragen die nieuwsgierigheid wekken: “Wat gebeurt er met de modder als de zon schijnt?” of “Hoe weet je dat het herfst is?” Zulke vragen nodigen uit tot redeneren, vertellen en luisteren.
  • Verbind spel en taal door mee te spelen in de verhalen die kinderen bedenken. Wanneer een kind een kasteel bouwt van takken, verwoord dan wat er gebeurt en stel een vraag: “Jouw kasteel is ingestort. Hoe kunnen we het steviger maken?” Zo ontstaat een dialoog waarin taal functioneel en levendig is.
  • Benoem elementen uit alle lagen van de natuur: grond, planten, losse materialen, water en gebeurtenissen. Door deze structuur in gedachten te houden, maak je kinderen bewust van de diversiteit van de natuur. Door er taal aan te verbinden, help je kinderen om hun observaties te ordenen en te verwoorden.

Kortom: de natuur is geen extraatje, maar een volwaardige leeromgeving. Ga naar buiten met de natuuratlas in de hand. Luister, kijk en praat mee met de kinderen. Taal groeit als kinderen iets te ontdekken en te bespreken hebben.

 

 

Bronnen

  • Prins, J. & Hagenaar, J. (2024). Taal in de natuur. Boom.
  • Rowe, M. L., & Snow, C. E. (2020). Analyzing input quality along three dimensions: Interactive, linguistic, and conceptual. Journal of Child Language, 47(1), 5–21.

 

Deel dit artikel
Vangorcumtijdschriften.nl maakt gebruik van cookies.

Welkom! Leuk dat je een bezoekje brengt op vangorcumtijdschriften.nl. Wij, en derde partijen, maken op onze websites gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, om jouw voorkeuren op te slaan, maar ook voor marketingdoeleinden (bijvoorbeeld het sturen van een bericht als je winkelwagen nog vol is). Door op 'Zelf instellen' te klikken, kun je meer lezen over onze cookies en je voorkeuren aanpassen.

Zelf instellen
Alle cookies accepteren
Uw cookie instellingen
Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies, die nodig zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Hieronder kan je aangeven welke andere soorten cookies je wilt accepteren.
Functionele cookies

Functionele cookies ondersteunen de basisfuncties van een website zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk maken. Zonder deze cookies kan de website niet naar behoren functioneren.

Analytische cookies

Analytische cookies helpen ons om te begrijpen hoe bezoekers omgaan met onze website door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren. Deze informatie wordt gebruikt om de website te verbeteren.

Marketing en tracking cookies

Marketing cookies worden gebruikt voor het functioneren van ons opvolgsysteem met betrekking tot account activiteiten(als het niet kunnen afronden van bestelling). Ook wordt er informatie verzameld om dit zoveel mogelijk aan te sluiten bij je interesses.

Cookies instellingen opslaan